Beleggen met sectoren

Hoewel de beurs op termijn de toekomstige winstgevendheid van bedrijven versdisconteert, zijn aandelenkoersen op de korte termijn soms behoorlijk onderhevig aan de waan van de dag. Impliciet volgt hieruit dat ‘Market Timing? dit wil zeggen laag kopen en hoog verkopen, garant staat voor grootse winsten. Op de €uro STOXX leverde het kopen en het verkopen op het juiste tijdstip in het tijdvak 1993-2002 drie keer zo veel rendement op een langetermijnbelegging.

De academische wereld verkondigt al jaren dat doorsnee beleggers beter af zijn met ‘Buy and Hold? terwijl de financiële industrie hun cliëntèle indirect aanspoort tot actief beleggen. Hoewel langetermijnbeleggingen het onderspit delven van markt-timing, kunnen actieve beleggers beter een blik werpen op de ontwikkelingen binnen de verschillende sectoren.

De accurate opvolging van sectorrotaties verbetert het rendement met een additionele factor drie, waardoor het gemiddelde jaarrendement bij het tijdig overstappen van de ene naar de andere sector ruim tien hoger uitvalt dan die van de klassieke langetermijnbelegging. Punt is wel dat het beleggen in sectoren minder geschikt is voor passieve beleggers.

Afhankelijk van de economische ontwikkelingen volgen sectorrotaties zich in een ras tempo op. Hierdoor ontstaat er een hoge variabiliteit in de rendementen van de individuele sectoren. In de wiskundige statistiek wordt het risico gemeten middels de standaardafwijking. Anders verwoord: de koersschommelingen (afwijking) ten opzichte van het gemiddelde (standaard) over een bepaalde periode. Hoe groter de standaardafwijking, des te groter het risico. Zo maakten de telecommunicatiebedrijven uit de eurozone in 1999 een sprong van 105 procent om in het jaar erop 43 procent in te leveren.

Het zijn dergelijke resultaten dat het sectorbeleggen ongeschikt maakt als langetermijnbelegging. Naar gelang de algemene gesteldheid van de economie gedijen bepaalde sector beter en blijven andere achter op de markt. Dus vooraleer we ons kunnen toeleggen op het beleggen met sectoren, moeten we achterhalen hoe de conjunctuur er bij ligt. De economie groei of zij krimpt. Deze simplificatie is echter te boud. Wanneer de expansiefase nader wordt bestudeerd, blijkt dat de opgaande fase van de conjunctuur drieledig is: opleving, groei en hoogconjunctuur. Telkens prevaleren andere sectoren. De contractiefase kan worden onderverdeeld in neergang en recessie. Op de top van de conjunctuurcyclus is er sprake van oververhitting en op de bodem is er sprake van depressie.