|
|
|
|
|
|
In de winter verdienen beleggers het meest
Het adagium ‘Sell in May and go away’ is wellicht de bekendste beurswijsheid en kent talrijke varianten. Hoe dan ook, het stelt dat u in de zomer beter niet kunt beleggen. Het verschijnsel dat de beurs in de zomer een belabberd rendement geeft, wordt wereldwijd aangetroffen.
Naar eigen zeggen, hadden Sven Bouman en Ben Jacobsen de primeur om over het fenomeen in een Amerikaans vaktijdschrift te berichten. Het succes van het zomer-winterpatroon wordt toegeschreven aan de jaarlijks terugkerende zomervakantie. Beleggers zouden hun posities liquideren vooraleer ze op reis gaan. Bij hun terugkeer zijn de bedrijfsresultaten van het eerste semester bekend en verbetert het zicht op de rest van het jaar. Naar gelang de economische vooruitzichten, besluiten beleggers dan om al dan niet weer in de
markt te stappen. Een andere hypothese stelt dat het patroon wordt veroorzaakt door de landbouw. Al vroeg in de zomer zouden boeren leningen aangaan om zaaigoed aan te schaffen. De invloed van de agrarische sector zou dan evenwel aanzienlijke sommen aan de markt moeten onttrekken.
Sell-in-May is als beleggingsstrategie nogal omstreden. Er wordt vooral verwezen naar het feit dat het zomer-winterpatroon elke fundamentele grondslag mist. Ook het argument van het jaarlijkse groot verlof snijdt in de ogen van critici geen hout. De laatste jaren is er een duidelijke trend om het aantal vrije dagen over meerdere korte vakanties te spreiden.
Het seizoenspatroon was in de zomer van 2004 ook onderwerp van studie bij Quantalytica. Hieruit kwam naar voren dat het verschijnsel wordt veroorzaakt door de productcyclus van de verwerkende industrie. In het najaar lanceert de automobielindustrie haar nieuwe modellen en komen de laatste nieuwe trends uit de computerwereld op markt. Mede op basis van deze informatiestroom stellen de overige dienstverleners hun strategie of hun investeringsproces bij en gloort het optimisme onder de beleggers. Een nadere beschouwing van Europese aandelen leert dat het rendement in de wintermaanden van de auto-industrie, bouwbedrijven, industriële dienstverleners, technologiebedrijven, media en
telecomsector beduidend hoger is dan het beursgemiddelde. Het
zomer-winterpatroon genereert bij defensieve sectoren zoals detailhandel, energie- en olieaandelen, financiële dienstverleners, niet-cyclische consumentengoederen, farmaceutische en de levensmiddelenindustrie kleinste verschil in rendement. Dit zijn ook de sectoren zonder een duidelijke
productcyclus.