Drawdown: Wat moet je ermee?

De Engelse term drawdown betekent zoveel als terugslag en verwijst in de financiële industrie naar het maximale verlies van vermogenstitels en beleggingsconcepten. De drawdown is een populaire risicomaatstaf omdat het inzage biedt in de grootte van het verlies van diegene die juist op de top was ingestapt. Hoewel het gebruikelijk is om het maximaal geleden verlies als een percentage weer te geven, kan het ook in absolute geldbedragen worden uitgedrukt. Het kan ook grafisch worden voorgesteld. De drawdown geeft echter geen uitsluitsel over de tijd die de onderliggende financiële waarde benodigde om het geleden verlies goed te maken.

Zo blijkt uit de statistische analyse van SSM-Nederland dat het maandmodel in het verleden een drawdown van 40 procent voor de kiezen kreeg. Dat is niet mis! Tegelijkertijd komt uit de analysersultaten naar voren dat de maximale verliesperiode tien maanden bedraagt. Het ligt voor de hand om hieruit te concluderen dat het model diep in het rood kan gaan, maar dat het model de verliezen binnen het jaar wegpoetst. Dit is echter te kort door de bocht. De grootste terugslag bedraagt weliswaar 40 procent, doch terugkijkend naar de kapitaalontwikkeling in 2002 blijkt enerzijds dat deze drawdown werd bereikt op zes maanden tijd en anderzijds dat het verlies van 40 procent in twee maanden werd weggewerkt. In zijn totaliteit duurde de verliesperiode acht maanden; twee maanden korter dan de tabel doet uitschijnen. De verliesperiode van tien maanden dateert uit 2004. De daarbijbehorende maximale drawdown situeert zich op ruim 17 procent. Dit dieptepunt werd al na drie maanden bereikt, waarna het model zeven maanden nodig had om een nieuwe top in de kapitaalontwikkeling neer te zetten.

Wanneer we nog verder terug in de tijd gaan, dan zien we dat het maandmodel van SSM-Nederland in januari 2001 een knieval maakte van 35 procent. De dorstperiode van dit verlies duurde in zijn totaliteit vijf maanden. Eind juni 2001 stond het model alweer op winst en wel met 19 procent! Een andere moeilijke tijd was het jaar 2000, waar het maandmodel in de periode maart-mei 15 procent onderuitging. Hoewel het vervolgens zes maanden duurde om dit verlies om te buigen, sloot het model het jaar af met 33 procent winst.

Kortom, het beleggingsconcept heeft het vermogen om zich van grote terugslagen op redelijke termijn te herstellen. Bij sluipende drawdowns zien we echter dat het maandmodel meer tijd benodigd om zijn weg te zoeken. Ook het grootste geleden verlies op een maand tijd van 35 procent valt binnen specificatie. Uit berekeningen komt naar voren dat in de toekomst een maandverlies van 37 procent tot het mogelijke behoort. Het feit dat dergelijke dingen te berekenen zijn, betekent geenszins dat dit een garantie voor de toekomst inhoudt, maar het biedt wel een houvast.