Tussen rendement en psychologie

Er bestaan heel wat theorieën over hoe men in aandelen moet beleggen. Op termijn worden aandelenkoersen gedreven door het vermogen van ondernemingen om winst te produceren. In de praktijk blijkt echter dat beleggers zich onbewust door hun emoties laten leiden. De psychologie mag voor de lange termijn niet doorslaggevend zijn, factoren zoals toenemende rentevrees, deflatie of geopolitieke spanningen veroorzaken op korte termijn felle beurscorrecties. Gedragseconomen voorspellen geen beurskoersen, zij brengen enkel de fouten van anderen in kaart.

De bevinding dat economie alles te maken heeft met motieven, verwachtingen en psychologische onzekerheden is niet nieuw. Al in de jaren twintig verkondigde John Maynard Keynes dat economie een gedragswetenschap is. Deze stelling vindt bevestiging in de opkomst van ‘Behavioral Finance’ en in het gegeven dat in 2002 de Nobelprijs voor economie werd toegekend aan Daniel Kahnemann en Vernon Smith. Beide wetenschappers moesten de prijs weliswaar met elkaar delen, doch beiden beamen dat economische processen niet met puur rationele regels kunnen worden verklaard. Kahnemann werd gelauwerd vanwege zijn systematisch onderzoek naar de niet rationele motieven achter economisch gedrag. Smitk kreeg de Nobelprijs voor zijn inzicht in experimentele economie. Het vroege onderzoek naar Behavioral Finance stamt uit de jaren vijftig en nam in de jaren negentig een hoge vlucht. In de overtuiging dat het verstand altijd zegeviert, speuren gedragseconomen naar irrationele uitspattingen en profiteren ze van inefficiënte marktsituaties. Zij betrachten een zestal factoren die het beslissingsgedrag van beleggers beïnvloeden.

Overmoed Vaak denken beleggers dat hun kennis superieur is, of hun kunnen bovengemiddeld groot. Wie is er immers niet van overtuigd dat hij uitblinkt in een bepaald gebied? Wie ziet zichzelf niet als een goede autobestuurder? Beleggers die frequent handelen, denken dat zij slimmer zijn dan de rest en dat zij over superieure ‘Stock Picking’-kwaliteiten bezitten. Waarom zouden zij ander hun transactiekosten verhogen als het uit verleden blijkt dat een passieve strategie, ‘Buy and Hold’, de performance van actief beheerde beleggingsportefeuilles overtreft? Maar als de beurs rationeel behoort te zijn, wie koopt er dan de aandelen die door anderen worden gedumpt? Onderzoek heeft aangetoond dat vrouwen beter beleggen. Niet dat zij beter kunnen voorspellen, maar wel omdat mannen minder geduldig zijn en zichzelf overschatten.

Foutief interpreteren De extrapolatie van feiten is verleidelijk, maar we kunnen hiermee behoorlijk de mist ingaan. Wat is het beroep van een intelligente jonge man die een bril draagt en graag boeken leest: autoverkoper of bibliothecaris? De combinatie van boeken en intelligent verleidt ertoe om de vraag met bibliothecaris te beantwoorden. Statistisch gezien er meer automobielbedrijven dan openbare bibliotheken.

Erkennen van nederlagen Beleggers gaan verschillend om met winst en verlies. Het doel van beleggen is het maken van winst. Aandelen met verlies worden veelal minder snel verkocht dan winstgevende posities. De verkoop van verliesposten heeft een wrange nasmaak. Het dwingt beleggers ertoe te erkennen dat ze fout zitten. In de hoop dat ze hun aankoopprijs terugkrijgen, houden beleggers hun foute stukken vast en dit zelfs tegen beter weten in.

Kuddegedrag De mens wordt beïnvloed door zijn sociale omgeving. Hoewel niemand ertoe gedwongen wordt, respecteert elk individu ongeschreven groepsnormen. En zoals overal is de financiële industrie niet vrij van groepsgedrag en modeverschijnselen. Vooral bij een beurscrisis komt het kuddegedrag naar boven. In tegenstelling tot de algemene opvatting, blijken professionele beleggers eerder te panikeren dan particulieren. Zo opereren Amerikaanse fondsbeheerders massaal aan de verkoopkant als de beurs met meer de twee procent daalt en vice versa. Een bewijs van kuddegedrag. Maar ook analisten kunnen er wat van: winsttaxaties zijn nooit ver van elkaar verwijderd. Bovendien als één schaap over de dam is, stellen de overige analisten vaak zelfs tegen beter weten in hun taxaties bij.

Afkeer van spijt Het gevoel van spijt komt vooral tot uiting wanneer in het verleden verkeerde beslissingen werden genomen. Om te voorkomen dat er aanleiding tot spijt kan bestaan, worden er dan voorzorgsmaatregelen genomen. De ene groep van beleggers wint bij beursgoeroes advies in, waardoor zij hun verantwoordelijkheid kunnen afschuiven. Anderen gaan bij hun toekomstig beleggingsbeleid té omzichtig te werk.

Overdrijven Het is menseigen om te overdrijven. Onze taal staat bol van superlatieven. De mens heeft echter ook de neiging om te sterk te reageren op recente informatie. Ook is het maar aan weinigen gegeven om de toekomst te voorspellen. Hierdoor biedt de laatst beschikbare informatie met name bij ernstige gebuertenissen het enige houvast van wat er gaande is en van wat er eventueel nog op handen zou kunnen zijn. Beleggers leunen hierdoor te zwaar op recente informatie. Doordat zij overreageren zouden beurskoersen te sterk stijgen bij onverwacht positief nieuws en vice versa. Na enige tijd keren beurskoersen terug naar het gemiddelde.